Handvatten voor boekhouders, accountants en administrateurs
Disclaimer
De informatie op deze pagina is uitsluitend bedoeld als algemene informatie voor zorgaanbieders. In geval van tegenstrijdigheid tussen de wet- en regelgeving en deze toelichting, gelden de bepalingen in de wet- en regelgeving. Neem bij vragen of opmerkingen over de inhoud van deze toelichting contact op met het CIBG.
De verantwoordingsplicht geldt voor de zorgaanbieders in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg (hierna: Wmg) en de geen rechtspersoonlijkheid bezittende samenwerkingsverbanden van zorgaanbieders. Het gaat bij die samenwerkingsverbanden om:
- vennootschap onder firma (hierna: vof);
- commanditaire vennootschap (hierna: cv);
- maatschap;
- andere niet rechtspersoonlijkheid bezittende organisatorische verbanden.
In het vervolg van deze toelichting worden zorgaanbieders in de zin van de Wmg kortweg aangeduid als zorgaanbieders.
Artikel 5a van het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG (hierna: Bub WMG) bevat een aantal vrijstellingen van de verantwoordingsplicht. De verantwoordingsplicht geldt voor alle zorgaanbieders en geen rechtspersoonlijkheid bezittende organisatorische verbanden van zorgaanbieders die niet onder de bovenbedoelde vrijstellingen vallen.
Een zorgaanbieder is:
- een natuurlijk persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig zorg verleent;
- een natuurlijk persoon of rechtspersoon voor zover deze tarieven in rekening brengt voor het beroeps- of bedrijfsmatig verlenen van zorg door een zorgaanbieder onder 1, bij één van de volgende partijen:
- een zorgverzekeraar, Wlz-uitvoerder of een particuliere ziekenkostenverzekeraar (ziektekostenverzekeraar);
- een andere zorgaanbieder (zoals een hoofdaannemer);
- een patiënt;
- een verzekerde (bijvoorbeeld een pgb-budgethouder).
Het beroeps- of bedrijfsmatig verlenen van zorg houdt in het verlenen van zorg in de zin van de Wmg tegen vergoeding voor de zorgverlening. Het kan bij de vergoeding bijvoorbeeld gaan om een tarief voor een opdracht, subsidie of loon.
Voorbeeld 1: geen bedrijfsmatige zorgverlening (ter beschikking stellen van één of meer zorgverleners)
Een zorgverlener is een natuurlijk persoon die beroepsmatig zorg verleent en op die grond als zorgaanbieder in de zin van de Wmg geldt. Een bureau dat bemiddelt tussen een patiënt die zorg nodig heeft en een natuurlijk persoon die beroepsmatig zorg kan verlenen, is geen zorgaanbieder als het bureau zich slechts tot taak stelt om de patiënt en een natuurlijk persoon, die beroepsmatig zorg verleent, bij elkaar te brengen. De werkzaamheid van het bureau bestaat dan slechts uit het ter beschikking stellen van één of meer zorgverleners; het bureau doet geen bedrijfsmatig zorg verlenen, maar stelt slechts natuurlijke personen die beroepsmatig zorg verlenen ter beschikking aan een zorgaanbieder.
Het slechts ter beschikking stellen van een of meer zorgverleners, geldt niet als bedrijfsmatige zorgverlening. Het slechts ter beschikking stellen van personeel moet blijken uit zowel de overeenkomst(en) met contractuele verplichting(en), als de feitelijke werkzaamheden. De vergoeding die dit bureau ontvangt, is voor de terbeschikkingstelling en niet een vergoeding voor het verlenen van zorg.
Voorbeeld 2: bedrijfsmatige zorgverlening (hoofdaannemer)
Heeft het bureau bijvoorbeeld met een Wlz-uitvoerder, de zorgverzekeraar, particuliere ziektekostenverzekeraar, een patiënt of een houder van een pgb een overeenkomst gesloten waarin het bureau zich verplicht tot het verlenen van zorg en maakt het bureau als opdrachtgever gebruik van een zelfstandige zonder personeel (hierna: zzp’er) dat voor of namens het bureau werkt, dan is er sprake van een hoofdaannemer met een onderaannemer.
De hoofdaannemer heeft zich contractueel verplicht om tegen vergoeding zorg te verlenen. De hoofdaannemer blijft ook eindverantwoordelijk en aanspreekbaar op de kwaliteit van zorg die door de onderaannemer wordt verleend. De verplichting tot het verlenen van zorg richting de Wlz-uitvoerder, de zorgverzekeraar, de particuliere ziektekostenverzekeraar, een patiënt of een houder van een pgb, waarvoor tarieven in rekening worden gebracht en de aanspreekbaarheid hierop is het bedrijfsmatig verlenen van zorg. Het bureau is om die reden als zorgaanbieder te beschouwen. De zzp’er geldt als zorgaanbieder in de zin van Wmg, omdat hij beroepsmatig zorg verleent. De zzpꞌer is als hij geen zorg doet verlenen op grond van artikel 5a, onderdeel d, Bub Wmg, vrijgesteld van de verantwoordingsplicht.
Onder het zorgaanbiederbegrip vallen zowel hoofdaannemers als onderaannemers. Dit betekent dat zowel de hoofd- als onderaannemer verantwoordingsplichtig zijn voor de jaarverantwoording als bedoeld in artikel 40b, eerste lid, Wmg.
Een hoofdaannemer is een zorgaanbieder die met een ziektekostenverzekeraar, patiënt, pgb-houder of een patiënt contracten sluit waarin die zorgaanbieder zich tegen vergoeding verplicht tot het leveren van zorg. De hoofdaannemer besteedt de te leveren zorg geheel of gedeeltelijk uit aan de onderaannemer.
Een onderaannemer is een zorgaanbieder die met de hoofdaannemer contracten sluit waarin hij zich tegen een vergoeding verplicht tot het leveren van zorg. Op basis daarvan worden, als het gaat om de zorgverlening, door de onderaannemer alleen tarieven in rekening gebracht aan de hoofdaannemer. De onderaannemer verleent bedrijfsmatig geheel of gedeeltelijk de zorg.
Als een zorgaanbieder door een onderaannemer wordt ingeschakeld om (een deel van de) zorg te verlenen (de «onderaannemer» van een «onderaannemer») dan vallen zowel de hoofdaannemer, onderaannemer als de onderaannemer van de onderaannemer onder de verantwoordingsplicht.
Voorbeelden van hoofd- en onderaannemersconstructies zijn:
- Een stichting voor oogzorg, die een overeenkomst heeft gesloten met een zorgverzekeraar (hoofdaannemer), die oogzorg niet zelf verleent maar met bijvoorbeeld een besloten vennootschap (bv) een overeenkomst sluit om die zorg te doen verlenen (onderaannemer);
- De stichting verleent wel zelf zorg (hoofdaannemer) en slechts een deel van de zorg uitbesteedt aan de bv (onderaannemer);
- Een moederbedrijf overeenkomsten sluit met een zorgkantoor (hoofdaannemer) maar de daadwerkelijke zorgverlening laat uitvoeren door haar dochterorganisaties (onderaannemers).
Bij franchise wordt een contract gesloten tussen een franchisegever en een franchisenemer waarin de franchisegever, tegen een vergoeding, het recht verleent aan een franchisenemer om een onderneming met een bepaalde handelsnaam te exploiteren. Kenmerkend voor een franchisecontract is het gebruik van een herkenbare formule. Of zowel de franchisegever als de franchisenemer als zorgaanbieder gelden, is afhankelijk van de afspraken in het franchisecontract.
Het is voor de kwalificatie als zorgaanbieder bepalend wie uiteindelijk contractueel eindverantwoordelijk is voor de feitelijke zorgverlening. Met andere woorden: er is sprake van een contractuele verplichting tot het verlenen van zorg en daarop kan de zorgaanbieder door de contractpartij worden aangesproken.
In het geval van een franchisecontract tussen zorgaanbieders, is het uitgangspunt dat zowel franchisegever als franchisenemer onder de verantwoordingsplicht vallen, tenzij op grond van het Bub WMG een vrijstelling van toepassing is.
Een MSB-coöperatie bezit als coöperatie rechtspersoonlijkheid en kan op grond daarvan zelf contracten sluiten met het betrokken ziekenhuis/de betrokken ziekenhuizen voor wel of niet gezamenlijk leveren van zorg. De MSB-coöperatie beschikt op grond van de toepasselijke nadere regel van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) slechts over declaratierecht tegenover het ziekenhuis/de ziekenhuizen. De MSB-coöperatie kwalificeert als zorgaanbieder.
De praktijkvennootschappen (bv-leden van de coöperatie) stellen op grond van hun lidmaatschapsovereenkomsten met de MSB-coöperatie slechts natuurlijke personen die beroepsmatig zorg verlenen (de dga’s) ter beschikking aan de MSB-coöperatie. De praktijkvennootschappen verlenen voor wat betreft het slechts ter beschikking stellen van de dga’s niet bedrijfsmatig zorg. Het slechts ter beschikking stellen van de dga’s blijkt uit zowel de toepasselijke lidmaatschapsovereenkomst als de feitelijke werkzaamheid van de praktijkvennootschappen. Een praktijkvennootschap ontvangt bovendien een vergoeding, in de vorm van een percentage van de omzet of winst van de coöperatie op grond van de lidmaatschapsovereenkomst en niet voor het ter beschikking stellen van natuurlijke personen die beroepsmatig zorg verlenen aan de MSB-coöperatie met al dan niet inbreng van goederen of gebruiksrechten vormt geen zorgverlening. De praktijkvennootschappen kwalificeren voor de activiteiten in het kader van de MSB-coöperatie niet als zorgaanbieders in de zin van de Wmg. Zij vallen voor die activiteiten dan ook buiten de reikwijdte van de verantwoordingsplicht.
Als de bv-leden buiten het kader van de MSB-coöperatie bedrijfsmatig zorg verlenen, dan zijn zij wel zorgaanbieders in de Wmg. Zij vallen dan voor dat deel wel onder de verantwoordingsplicht tenzij daarvoor op grond van het Bub Wmg een vrijstelling geldt.
Een coöperatie sluit zelf de overeenkomsten met een ziektekostenverzekeraar of patiënten. De coöperatie kan dat doen, omdat het rechtspersoonlijkheid bezit.
De praktijkvennootschappen (bv-leden van de coöperatie) stellen op grond van de lidmaatschapsovereenkomst natuurlijke personen die beroepsmatig zorg verlenen (de dga’s) ter beschikking aan de coöperatie. Het ter beschikking stellen van natuurlijke personen die beroepsmatig zorg verlenen aan de MSB-coöperatie met al dan niet inbreng van goederen of gebruiksrechten vormt niet het bedrijfsmatig verlenen van zorg. De praktijkvennootschappen kwalificeren voor de activiteiten in het kader van de MSB-coöperatie, niet als zorgaanbieders in de Wmg en vallen voor die activiteiten buiten de verantwoordingsplicht.
Praktijkvennootschappen kwalificeren voor het bedrijfsmatig verlenen van zorg buiten het kader van de coöperatie wel op als zorgaanbieders en vallen daarvoor onder de verantwoordingsplicht tenzij voor die zorg op grond van artikel 5a Bub Wmg, een vrijstelling geldt.
De bovenbedoelde coöperatie verleent niet bedrijfsmatig zorg en treedt niet op als zorgaanbieder in de zin van de Wmg, omdat zij uitsluitend optreedt als een vertegenwoordiger van haar leden. De coöperatie valt daarmee buiten de verantwoordingsplicht. De leden van de coöperatie verlenen zelf bedrijfsmatig zorg en kwalificeren daarmee als zorgaanbieders. De leden van de coöperatie vallen onder de verantwoordingsplicht voor zover op grond van artikel 5a Bub Wmg, geen vrijstelling van toepassing is.
Op grond van artikel 40b, zesde lid, Wmg is een MSB-maatschap verantwoordingsplichtig. Zij is namelijk een niet rechtspersoonlijkheid bezittend organisatorisch verband van zorgaanbieders. De gesloten contracten met het betrokken ziekenhuis/de betrokken ziekenhuizen voor het al dan niet gezamenlijk tegen vergoeding verlenen van zorg houden contracten met alle bv-vennoten. De MSB-maatschap bezit als maatschap geen rechtspersoonlijkheid. De bv-vennoten verlenen met de activiteiten in het kader van de MSB-maatschap bedrijfsmatig zorg en kwalificeren zich daarmee dan ook als zorgaanbieders in de zin van de Wmg. Om te voorkomen dat de bv-vennoten zich meerdere malen over dezelfde openbare jaarverantwoording hoeven te verantwoorden, zijn in artikel 5a, onderdeel e, Bub WMG, de individuele maten, zowel natuurlijke personen als rechtspersonen, voor de activiteiten binnen het kader van de maatschap vrijgesteld van de verantwoordingsplicht. Dat beperkt de regeldruk. Deze vrijstelling geldt niet voor het beroepsmatig, respectievelijk bedrijfsmatig verlenen van zorg buiten het kader van een maatschap.
Op grond van artikel 40b, zesde lid, Wmg is een maatschap van zorgaanbieders zelfstandig verantwoordingsplichtig. Een maatschap beschikt niet over rechtspersoonlijkheid. Een contract voor het tegen vergoeding verlenen van zorg met de maatschap houdt een contract met alle maten in. De individuele maten verlenen daarmee bedrijfsmatig zorg en kwalificeren als zorgaanbieders in de zin van de Wmg. De individuele maten zouden zonder vrijstelling in artikel 5a Bub Wmg ook verantwoordingsplichtig zijn voor de zorgactiviteiten in het kader van de maatschap. Om te voorkomen dat de maten zich meerdere malen over dezelfde openbare jaarverantwoording hoeven te verantwoorden, zijn in artikel 5a, onderdeel e, Bub WMG de individuele maten, zowel natuurlijke personen als rechtspersonen, voor de zorgactiviteiten in het kader van de maatschap uitgezonderd van de verantwoordingsplicht. Dat beperkt de regeldruk. Deze vrijstelling geldt niet voor het beroepsmatig, respectievelijk bedrijfsmatig verlenen van zorg buiten het kader van een maatschap.
Een holding of tussenholding is verantwoordingsplichtig als deze kwalificeert als een zorgaanbieder. Een (tussen)holding die bijvoorbeeld tegen vergoeding slechts managementdiensten, zorgverleners of zaken ter beschikking stelt, kwalificeert niet als zorgaanbieder in de zin van de Wmg. Zaken zijn op grond van artikel 3:2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten. Deze beperking van werkzaamheden moet blijken uit zowel de overeenkomst(en) met contractuele verplichting(en) als de feitelijke werkzaamheden van de (tussen)holding. Voor meer informatie zie ook de tweede en derde vraag op deze pagina.
Nee. Er is geen sprake van een zorgaanbieder. De bv die uitsluitend zorgpersoneel detacheert, verleent, doet geen zorg verlenen, maar functioneert als een soort uitzendbureau. Het slechts tegen vergoeding ter beschikking stellen van zorgverleners aan zorgaanbieders geldt niet als het bedrijfsmatig verlenen van zorg. Het slechts ter beschikking stellen van zorgverleners moet blijken uit zowel de overeenkomst(en) met de contractuele verplichting(en) als de feitelijke werkzaamheden van de bv. De bv kwalificeert niet als zorgaanbieder in de zin van de Wmg en valt daarmee buiten de reikwijdte van de verantwoordingsplicht.
Ja. Een kostenmaatschap van zorgaanbieders, waarin zorgaanbieders de kosten delen is op grond van artikel 40b, zesde lid, Wmg verantwoordingsplichtig. Een kostenmaatschap van zorgaanbieders is namelijk ook een niet rechtspersoonlijkheid bezittend organisatorisch verband van zorgaanbieders.
Bij de zorg van sommige chronische aandoeningen is de hulp van meerdere artsen en zorgverleners nodig. Bijvoorbeeld de huisarts in samenwerking met een diëtist en een fysiotherapeut of oefentherapeut. Dit wordt in de praktijk ketenzorg genoemd. Als ketenzorg is georganiseerd in een samenwerkingsverband (bijvoorbeeld een maatschap, cv of vof) of in een rechtspersoon dan is deze geen rechtspersoonlijkheid bezittend organisatorisch verband van zorgaanbieders, respectievelijk zorgaanbieder in principe verantwoordingsplichtig.
Een vennootschap met een buitenlandse rechtsvorm is verantwoordingsplichtig als deze rechtspersoon (feitelijk) in Nederland is gevestigd en bedrijfsmatig zorg verleent. De rechtsvorm is hierbij niet van belang.
De zorgaanbieders die natuurlijke persoon zijn en geen zorg doen verlenen zijn al op grond van artikel 5, onderdeel d, Bub WMG, vrijgesteld van de verantwoordingsplicht. Een solist hoeft op grond van die vrijstelling geen jaarverantwoording openbaar te maken.
Een voorbeeld van een solist is een eenmanszaak, waarbij geen andere zorgaanbieders (natuurlijke personen of rechtspersonen) op basis van een arbeidsovereenkomst of andere overeenkomst, zoals een overeenkomst van opdracht, werkzaam zijn dan de eigenaar. Als een eigenaar van een eenmanszaak zorg laat verlenen door werknemers, onderaannemers of waarnemer dan moet de eigenaar een jaarverantwoording openbaar maken. De eigenaar doet dan zorg verlenen waarmee hij buiten de reikwijdte van de bovenbedoelde vrijstelling valt.
Let op! De duur of frequentie van een arbeidsovereenkomst of andere overeenkomst is niet relevant. Ook bijvoorbeeld een natuurlijk persoon die kortstondig of incidenteel gebruik maakt van een waarnemer is verantwoordingsplichtig.
Een ander voorbeeld van een ‘solist’ is wanneer slechts één maat of vennoot binnen de maatschap of vennootschap (zoals: vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap) zorg verleent en geen zorg doet verlenen, en de overige maten of vennoten andere werkzaamheden dan zorgverlening verrichten. Indien een maat of vennoot zorg laat verlenen door werknemers, onderaannemers of een waarnemer dan moet de maatschap een jaarverantwoording openbaar maken. Voor de duidelijkheid wordt opgemerkt dat een zelfstandige die zijn onderneming heeft ingebracht in een rechtspersoon (bijvoorbeeld een zzp-bv) geen solist is.
De regels van de Regeling openbare jaarverantwoording WMG gaan voor op de bepalingen over de jaarverslaggeving in de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. In aanvulling op deze bepalingen leveren jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen en Veilig Thuis-organisaties wel gegevens en andere informatie uit het jaardocument jeugd of Veilig Thuis aan.
Het gaat bij de verplichting tot het openbaren van een jaarverantwoording om een transparante maatschappelijke verantwoording over de besteding van collectieve middelen. Een (middel)grote zorgaanbieder neemt in de financiële verantwoording uitsluitend een hoofdpost ‘andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten’ op. Deze hoofdpost is toegevoegd aan de bijlagen 1 en 2 van de Regeling openbare jaarverantwoording WMG. In de openbare vragenlijst wordt tot slot een vraag gesteld over het aantal werkzame personen. Deze openbare vraag is gelijk aan de gegevens bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
In de wet- en regelgeving staat geen expliciet verbod dat niet-zorgaanbieders zich niet conform de Regeling openbare jaarverantwoording WMG openbaar mogen verantwoorden. Ten overvloede wordt erop gewezen dat, indien van toepassing, de niet-zorgaanbieder de nadere regels van het Burgerlijk Wetboek en andere bijzondere wet- en regelgeving dient te volgen.
De consolidatievrijstelling die in artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de Regeling openbare jaarverantwoording WMG is opgenomen, geldt voor kleine groepen en is vergelijkbaar met artikel 2:407, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek. De vrijstelling geldt alleen als de groep of het groepsdeel als geheel, geconsolideerd beschouwd, dus na aftrek van elkaar opheffende betrekkingen binnen de groep, voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 4 van de Regeling openbare jaarverantwoording WMG. Deze vrijstelling doet geen afbreuk aan de verplichting voor individuele zorgaanbieders om een enkelvoudige jaarrekening jaarlijks op de in de regeling openbare jaarverantwoording WMG bepaalde wijze openbaar te maken.
De Regeling openbare jaarverantwoording WMG is van toepassing op zorgaanbieders en geen rechtspersoonlijkheid bezittende organisatorische verbanden van zorgaanbieders, met uitzondering van de in artikel 5a Bub WMG genoemde categorieën. Een holding of tussenholding die geen zorgaanbieder is, is niet verplicht om de geconsolideerde jaarrekening op basis van de Regeling openbare jaarverantwoording WMG op te stellen. Als een groepsmaatschappij, die zelf een zorgaanbieder is, gebruik wil maken van de vrijstelling van de consolidatieplicht (artikel 7, derde lid, onderdeel b van de Regeling openbare jaarverantwoording WMG) dan maakt de holding of tussenholding de geconsolideerde jaarrekening op basis van titel 9, Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek openbaar bij het CIBG via DigiMV.
Ja. Een zorgaanbieder moet een geconsolideerde jaarrekening openbaar te maken, waarin de eigen financiële gegevens en die van haar dochtermaatschappijen in de groep, andere groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft, zijn opgenomen.
De verplichting tot consolidatie geldt niet voor gegevens van in de consolidatie te betrekken maatschappijen:
- wier gezamenlijke betekenis te verwaarlozen is op het geheel;
- waarvan de nodige gegevens slechts tegen onevenredige kosten of met grote vertraging te verkrijgen of te ramen zijn; of
- waarin het belang slechts wordt gehouden om het te vervreemden.