Alle verantwoordingsplichtige eenmanszaken leveren ieder jaar voor 1 juni, dus uiterlijk 31 mei, een jaarverantwoording aan.
Bepaal eerst de omvang van uw organisatie
Om te weten wat u moet aanleveren, bepaalt u eerst de omvang van uw organisatie. Dit doet u aan de hand van drie criteria. U levert de jaarverantwoording als 'micro' of als 'groter dan micro' aan als u twee opeenvolgende jaren aan tenminste twee van de criteria in onderstaande tabel heeft voldaan.
Tabel: Bepalen omvang van de eenmanszaak
Micro
Groter dan micro
Waarde van de activa volgens balans
≤ € 450.000
> € 450.000
Netto-omzet
≤ € 900.000
> € 900.000
Gemiddeld aantal werknemers
Minder dan 10
Meer dan 10
Een voorbeeld: u heeft twee jaar achter elkaar een balanstotaal van minder dan € 450.000,- en een netto-omzet van minder dan € 900.000,-. Maar u heeft wel meer dan 10 werknemers in dienst. U verantwoordt zich dan als micro-eenmanszaak.
Bent u een 'nieuwe' zorgaanbieder en heeft u dus alleen gegevens over het afgelopen boekjaar? Dan wordt de omvang voor het eerste boekjaar bepaald door toetsing aan de groottecriteria aan het einde van dat boekjaar.
Wat moet u aanleveren?
De (gedeeltelijk) openbare jaarverantwoording bestaat uit een aantal onderdelen:
Een financiële verantwoording
Het invullen van een set aan vragen over de bedrijfsvoering
Documenten (indien van toepassing): een verslag van de interne toezichthouder
De bestuursverklaring
Financiële verantwoording
Een micro-eenmanszaak levert een beperkte balans en beperkte staat van baten en lasten aan. U vindt deze in bijlage 3, modellen A en B van de Wijzigingsregeling. De financiële gegevens worden niet openbaar gemaakt. Lees hier meer over op de pagina voor ‘micro-zorgaanbieders’.
De financiële verantwoording bestaat uit het aanleveren van zes financiële indicatoren (ratio's):
Uitleg van de zes financiële indicatoren
Financiële indicator
Berekening
Uitleg
1. Rentabiliteit
Bedrijfsresultaat delen door balanstotaal.
Bedrijfsresultaat: deze vindt u in de winst- en verliesrekening. Het betreft de tussentelling ná de bedrijfslasten en vóór de financiële baten en lasten.
Balanstotaal: dit is de totaaltelling onder de balans. Het maakt niet uit of u de telling onder de activa of passiva pakt. Deze dienen namelijk aan elkaar gelijk te zijn.
2. Liquiditeit
Vlottende activa delen door de kortlopende schulden.
Vlottende activa: dit is de som van de volgende posten in uw balans:
Voorraden
Vorderingen
Effecten
Liquide middelen
Kortlopende schulden: dit betreft het bedrag van de post kortlopende schulden in uw balans.
3. Solvabiliteit
Eigen vermogen delen door het balanstotaal.
Eigen vermogen: dit betreft het bedrag van de post eigen vermogen in uw balans.
Balanstotaal: dit is de totaaltelling onder de balans. Het maakt niet uit of u de telling onder de activa of passiva pakt. Deze dienen namelijk aan elkaar gelijk te zijn.
4. Personeelskostenratio
Totale personeelskosten delen door de bedrijfsopbrengsten.
Totale personeelskosten: dit betreft het bedrag van de post personeelskosten in uw winst- en verliesrekening. Het betreft alleen de kosten van werkzame of werkzaam geweest zijnde personen gedurende het boekjaar. Onder werkzame personen worden verstaan die personen waarmee in het boekjaar een arbeidscontract heeft bestaan. De kosten van uitbesteed werk zoals de inhuur van waarnemers en ingehuurde assistenten en praktijkondersteuners vallen onder de post ‘kosten uitbesteed werk en andere externe kosten’. Premies voor beroepspensioenfondsen voor de eigenaar vallen niet onder personeelskosten. Ontvangen ziekengelden en subsidies vallen wel onder personeelskosten. Ingeleend personeel en doorbelaste personeelskosten vallen niet onder deze categorie. Deze kosten vallen onder de post ‘kosten uitbesteed werk en andere externe kosten’.
Bedrijfsopbrengsten: dit is de totaaltelling van al uw opbrengsten in uw winst- en verliesrekening.
5. Zorgopbrengsten
Zorgopbrengsten delen door het aantal voltijds medewerkers (fte) dat zorg verleent.
Zorgopbrengsten: dit zijn alle inkomsten (direct of indirect) vanuit de basisverzekering van de Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz) en subsidies die zijn verstrekt door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) voor het verlenen van zorg.
Aantal fte dat zorg verleent: een voltijds medewerker telt als 1 fte. Het aantal uur voor een voltijds medewerker is 36, 38 of 40 uur. Heeft u een deeltijd medewerker van bijvoorbeeld 20 uur bij een 36-urige werkweek dan deelt u deze 20 uur door 36 uur. Deze medewerker telt dan mee voor 0,56 fte. Dit doet u voor al uw deeltijds medewerkers. Uitgangspunt voor de berekening van het aantal fte is de omvang (norm) zoals die is vastgelegd in de van toepassing zijnde CAO. Het totaal aantal gewerkte uren wordt gedeeld door:
bij een 36-urige werkweek: 1.872 uur (52 weken x 36 uur)
bij een 38-urige werkweek: 1.976 uur (52 weken x 38 uur)
bij een 40-urige werkweek: 2.080 uur (52 weken x 40 uur)
Bij de bepaling van het aantal tfe moet ook rekening worden gehouden met het aantal fte ingehuurde waarnemers, assistenten en praktijkondersteuners.
6. Budgetratio
Eigen vermogen delen door de zorgopbrengsten.
Eigen vermogen: dit betreft het bedrag van de post eigen vermogen in uw balans.
Zorgopbrengsten: dit zijn alle inkomsten (direct of indirect) vanuit de basisverzekering van de Zvw, Wlz en subsidies die zijn verstrekt door de Minister van VWS voor het verlenen van zorg.
U vindt de financiële ratio's ook terug in bijlage 3 van de Wijzigingsregeling. Deze gegevens worden openbaar gemaakt in het archief van DigiMV op deze website en via het Landelijk Register Zorgaanbieders.
Vragen over de bedrijfsvoering
Er worden een aantal vragen gesteld over identiteit, aantal zorgverleners en aantal patiënten/cliënten. De antwoorden op de vragen worden niet openbaar gemaakt. Lees hier meer over op de pagina voor ‘micro-zorgaanbieders’ en bekijk alvast de vragenlijst.
Aan micro-eenmanszaken stellen het CBS en de NZa geen aanvullende vragen.
De antwoorden op de vragen die u invult, zijn deels openbaar en deels niet-openbaar.
Openbare vragen
Een beantwoordt een set aan vragen over de bedrijfsvoering. De antwoorden op deze vragen worden openbaar gemaakt in het archief van DigiMV op deze website en via het Landelijk Register Zorgaanbieders.
Niet-openbare vragen
Tegelijk met de jaarverantwoording worden aanvullend een aantal niet-openbare vragen gesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Zo hoeven bepaalde vragen maar één keer gesteld te worden, omdat vanuit die context vervolgvragen kunnen worden gesteld. Dit verlicht de administratieve lasten voor eenmanszaken. In DigiMV kunt u bij elke vraag zien van welke partij deze vraag komt. Om dit te zien, klikt u op het gebouw-icoon bij de vraag.
Documenten
Als uw organisatie een Wtza-toelatingsvergunning en een interne toezichthouder heeft, dan levert u een verslag van de interne toezichthouder aan. Dit document wordt voor reguliere eenmanszaken openbaar gemaakt. Voor micro-eenmanszaken wordt dit document niet openbaar gemaakt.
Bestuursverklaring
De jaarverantwoording wordt altijd afgesloten met het ondertekenen van een bestuursverklaring. Hierin verklaart u dat u alles naar waarheid heeft ingevuld. Deze verklaring wordt openbaar gemaakt.
Na het ondertekenen van de bestuursverklaring is wijzigen niet meer mogelijk. Als blijkt dat uw jaarverantwoording in ernstige mate tekortschiet dan vraagt u een desaveuverklaring aan via het contactformulier. Deze verklaring wordt ook openbaar gemaakt.
Sommige zorgaanbieders verlenen naast zorg ook jeugdhulp of zijn onderaannemer. Lees ook de informatie op de pagina’s voor deze specifieke constructies:
Twijfelt u over de regels die op u van toepassing zijn? Neem dan eerst contact op met een vakinhoudelijk specialist zoals een accountant, administrateur of belastingconsulent. Deze kan u meer vertellen over de voorwaarden in uw specifieke situatie.